Wat is een Windjahmmer ?
"Windjammer" is een verzamelnaam voor zeegaande ijzeren en stalen zeilvaartuigen
uit de latere periode van de koopvaardij. Een tijdperk dat eindigde met
de opkomst van de stoomvaart. Hoewel oorspronkelijk een soort geuzennaam
voor grote Barken, wordt de naam tegenwoordig voor veel meer typen vierkantgetuigde
en deels langsscheepsgetuigde zeilers gebruikt, maar in de tijd van de houten
zeilschepen bestond de verzamelnaam nog niet. In ieder geval niet verwarren
met "Jammer", waarmee een oud, in slechte staat verkerend schip
wordt aangeduid of met het Engelse "Windjammer" dat als scheldwoord
voor een homoseksuele man wordt gebruikt. Eens in de vijf jaar kunnen we
bij Sail Amsterdam nog steeds genieten van de Brikken, Brigantijnen, Barken,
Barkentijnen, Schoeners en Volschepen. Men spreekt van een Volschip als
alle masten (tenminste drie) "vierkantgetuigd" zijn, dus voorzien
van ra's. Bij een tweemaster spreekt men echter niet van een Volschip, maar
van een Brik en bij een Driemastvolschip meestal van een Fregat. Hieronder
de verschillende typen. |
| Brikken |
Brik
Oorspronkelijk in de loop van de 18e eeuw als betrekkelijk klein, snelvarend
oorlogsschip gebouwd, later ook als koopvaardijschip. Twee vierkantgetuigde
masten, aangevuld met stagzeilen. Achter de grote mast een langsscheepszeil,
het brikzeil. De brik werd ook wel barkentijn genoemd. |
|
 |
Schoenerbrik
of Brigantijn
Een brik met alleen de voorste mast vierkantgetuigd, waardoor men met minder
bemanning toe kon. De grote mast is schoener(gaffel)getuigd. De driehoekige
stagzeilen aan de steng worden ook wel vliegers genoemd. De naam is afkomstig
van een Italiaans roofschip, de bergantin of bargantin, een kleine galei
van de Middellandse Zee, maar reeds in de 13e eeuw ook in gebruik bij de
Portugezen, Spanjaarden, Turken en Fransen. Deze laatsten spraken van brigantin.
|
|
 |
| Schoeners |
Gaffelschoener
Een snelle langsscheepsgetuigde zeiler van Amerikaanse oorsprong. Bij tweemasters
is de achterste mast meestal het hoogst. De naam komt van het gaffeltuig,
d.w.z. het zeil hangt aan een schuin omhoog wijzend rondhout, de gaffel. |
|
 |
Driemastschoener
De driemaster heeft masten van gelijke hoogte, of de middelste is hoger.
Vooral op de ruimere koersen is de schoener snel. Bij deze afbeelding worden
boven de gaffelzeilen topzeilen gevoerd. |
|
 |
Topzeilschoener
De topzeilschoener voert een of twee razeilen boven het voorste
schoenerzeil. Dit zeil, ook wel voorzeil is onderaan de fokkemast bevestigd.
Op de afbeelding wordt aan de steng naast het topzeil ook een bovenvlieger
gevoerd.
|
|
 |
Driemasttopzeilschoener
Alleen aan de voorste (fokke)mast razeilen. De andere masten zijn langsscheepsgetuigd.
De zeilen van fokkemast naar Elk zeil heeft overigens een eigen benaming. |
|
 |
| Barken |
Bark
De Bark is ontworpen als koopvaardijschip, met drie en later ook wel meer
masten. Alle masten behalve de achterste zijn vierkantgetuigd. De achterste
(bezaansmast) bestaat uit een lange ondermast met bezaan en een verlengstuk,
de steng of topmast, waaraan een gaffeltopzeil en kunnen worden gevoerd. |
|
 |
Viermastbark
Voor meer tonnage werden de barken ook wel als vier- en vijfmasters uitgevoerd.
Zie voor benamingen in zo'n tuigageplan onderaan de pagina. |
|
 |
Schoenerbark
of Barkentijn
Een mengvorm van schoener, bark en brik. Daarom ook wel barkschoener of
schoenerbark genoemd. Alleen de fokkemast is vierkant getuigd, de andere
twee of meer masten zijn langsscheepsgetuigd. Een tweemastversie werd ook
wel barkentijn genoemd, maar was eigenlijk een brik. De barkentijn is rond
1800 ontstaan en aan de tweemaster (beide masten vierkant getuigd) werd
later de reeds bestaande naam brigantijn gegeven. |
|
 |
| Volschepen
|
Driemastvolschip
of Fregat
Als alle masten vierkantgetuigd zijn spreekt men van een volschip. De driemaster
wordt ook wel Fregat genoemd, maar in oorsprong alleen als het om een oorlogsschip
ging. De achterste mast werd wel ontdaan van de ra's en voorzien van een
bezaan met gaffeltopzeil. Je kreeg dan een (kruis)bark. |
|
 |
Viermastvolschip
Een volschip kan wel tot zes masten voeren, maar heeft dan een uitgebreide
bemanning nodig. De mastnamen bij een viermaster zijn van voor naar achter:
fokkemast, grote mast, hoofd- of kruismast en bezaansmast of jagermast. |
|
 |
| |
|
|
| |
|
|